Vanaf 1 juli 2026 wordt het gebruik van flexi-jobs uitgebreid naar vrijwel alle sectoren in België. Daardoor krijgen heel wat werkgevers voor het eerst de mogelijkheid om flexibel extra medewerkers in te schakelen tijdens piekperiodes of bij personeelstekorten. Tegelijk blijven er belangrijke voorwaarden gelden rond functies, lonen en de inzetbaarheid van werknemers. We zetten de belangrijkste aandachtspunten voor werkgevers op een rij.
> 1. Flexi-jobs worden bijna overal mogelijk
> 2. Niet elke functie komt in aanmerking
> 3. Welke werknemers mogen een flexi-job uitvoeren?
> 4. Welk loon moet je betalen?
> 5. Er geldt ook een maximumvergoeding
> 6. Kan een eigen medewerker ook als flexi-jobber werken?
> 7. Welke werkgeversbijdragen betaal je?

1. Flexi-jobs worden bijna overal mogelijk
Tot vandaag zijn flexi-jobs enkel toegestaan in specifieke sectoren. Vanaf 1 juli 2026 wordt het systeem uitgebreid naar vrijwel alle private en openbare sectoren, inclusief de zorgsector. Toch zijn er uitzonderingen. Sommige sectoren hebben ervoor gekozen om niet mee te stappen in de uitbreiding.
Onder meer PC 144 (landbouw), PC 145 (tuinbouw, behalve PSC 145.04 (tuinaanleg en -onderhoud)) en bepaalde activiteiten binnen gebouwenbeheer (PC 323) en PC 320 (begrafenisondernemers, met uitzondering van de werknemers die functies gelegenheidswerk uitoefenen, zoals dragers en bodes) vallen buiten de regeling. Controleer daarom altijd of jouw sector effectief onder de flexi-jobregeling valt.
2. Niet elke functie komt in aanmerking
Ook wanneer flexi-jobs zijn toegestaan binnen jouw sector, betekent dit niet dat elke functie ingevuld kan worden via een flexi-job. Functies met een artistiek karakter blijven uitgesloten. Denk daarbij aan artistieke, artistiek-technische en artistiek-ondersteunende rollen. Voor zorgfuncties verdwijnt de algemene uitsluiting wel vanaf 1 juli 2026. Sectoren kunnen wel eigen beperkingen opleggen, bijvoorbeeld rond het maximale aandeel flexi-jobbers binnen de organisatie.
3. Welke werknemers mogen een flexi-job uitvoeren?
Voor gepensioneerden wordt het eenvoudiger: zij kunnen een flexi-job uitoefenen zodra ze een pensioen ontvangen. Voor niet-gepensioneerden blijft de bekende 80%-voorwaarde gelden. Zij moeten in het derde kwartaal voorafgaand aan de flexi-job minstens 80% gewerkt hebben bij een andere werkgever. Belangrijk om te weten: deze controle gebeurt telkens opnieuw bij de start van een nieuw kwartaal. Daarnaast geldt een specifieke wachtperiode voor werknemers die hun voltijdse arbeidsprestaties verminderen naar een 4/5-regime. Zij kunnen gedurende twee kwartalen geen flexi-job uitvoeren.
4. Welk loon moet je betalen?
In de meeste sectoren geldt het loonbarema van de functie die de flexi-jobber uitvoert. Bij de bepaling van dat loon moet je rekening houden met factoren zoals ervaring, anciënniteit en het takenpakket. Bestaan er binnen jouw sector geen loonbarema’s? Dan geldt minstens het gewaarborgd minimumloon. Voor de horecasector blijft een specifiek minimumuurloon van toepassing.
5. Er geldt ook een maximumvergoeding
Sinds 2024 bestaat niet alleen een minimumloon, maar ook een plafond. De vergoeding voor een flexi-job bedraagt maximaal 150% van het basisloon dat voor de functie geldt. Vanaf 1 juli 2026 worden extra vergoedingen en premies niet langer meegenomen in die berekening. Voor werknemers die geen pensioen ontvangen, geldt bovendien een jaarlijks plafond op het bedrag dat fiscaal gunstig behandeld wordt. Voor inkomstenjaar 2026 ligt dat plafond op 18.440 euro. Gepensioneerden vallen niet onder deze grens, al kunnen voor vervroegd gepensioneerden specifieke pensioenregels spelen. Voor de horeca stijgt het maximale uurloon van 17 naar 21 euro.
6. Kan een eigen medewerker ook als flexi-jobber werken?
Een werknemer kan niet tegelijkertijd als vaste medewerker én als flexi-jobber bij dezelfde werkgever werken. Nieuw vanaf 1 juli 2026 is wel dat voltijdse werknemers een flexi-job mogen uitvoeren bij een verbonden onderneming. Daarnaast blijft een belangrijke voorwaarde gelden: een werknemer die zich in een opzeg- of verbrekingsperiode bevindt, kan geen flexi-job uitvoeren bij jou of een verbonden onderneming.
7. Welke werkgeversbijdragen betaal je?
Voor werkgevers geldt één vaste solidariteitsbijdrage op het loon van de flexi-jobber. Deze patronale RSZ-bijdrage bedraagt 28%. De werknemer zelf betaalt geen gewone RSZ-bijdragen op zijn flexi-jobloon, wat het systeem ook voor medewerkers financieel aantrekkelijk maakt.
Kort samengevat
De uitbreiding van flexi-jobs vanaf 1 juli 2026 biedt werkgevers meer mogelijkheden om pieken en personeelstekorten op te vangen. Toch blijven er belangrijke voorwaarden rond sectoren, functies, loonplafonds en inzetbaarheid van werknemers. Een goede controle vooraf blijft dus essentieel. Wil je starten met flexi-jobs? Strobbo kan je helpen! |